Bijdrage tot de Kennis der Visschen met doolhofvormige Kieuwen van den Soenda-Molukschen Archipel

Pieter Bleeker

Table of Contents (ToC)

  1. Introduction [heading added by snakeheads.org]
  2. Conspectus Specierum Analyticus
  3. Descriptiones Specierum Diagnosticae
  4. Ophicephalus micropeltes K.v.H. CV. Poiss. VII. p. 321
  5. Ophicephalus lucius K.v.H. CV. Poiss. VII. p. 312
  6. Ophicephalus striatus Bloch. Ausl. Fish. Tab. 359
  7. Ophicephalus marginatus CV. Poiss. p. 308

Introduction [heading added by snakeheads.org]

ln de laatste 20 jaren is de kennis der Soenda-Moluksche visschen met doolhofvormien kieuwbouw niet vooruit gegaan. In 1831 reeds waren 10 soorten dezer familie van den Nederlandsch - Indischen Archipel bekend en werden alle meer of min uitvoerig beschreven in het VII deel der groote «Histoire naturelle des Poissons». Geene enkele species is sedert daaraan toegevoegd, tenzij eene kleine soort, welke ik in de vallei van Amharawa ontdekte en welke ik onder den naam van Betta trifasciata beschreven heb in mijne Bijdrage tot de kennis der lchthyologische fauna van Midden- en Oost-Java. Aanduidingen van elke andere nieuwe soorten heb ik voorts gegeven in mijne Bijdragen tot de geneeskundige topographie van Batavia, doch een nader kritisch onderzoek heeft mij geleerd, dat van die aangeduide nieuwe species slechts Trichopus striatus als nieuw te beschouwen is en de andere terug te brengen zijn tot verscheidenheden van reeds beschrevene soorten. De bovenbedoelde 10 soorten, vermeld in de groote «Histoire naturelle des Poissons zijn de volgende»:

  1. Anabas scandens CV.
  2. Helostoma Temminckii K.v.H.
  3. Polyancanthus Hasselti CV.
  4. Osphromenus olfax Commers.
  5. Trichopus trichopterus CV.
  6. Ophicephalus marginatus, CV.
  7. Ophicephalus lucius, K.v.H.
  8. Ophicephalus striatus Bl. CV.
  9. Ophicephalus planiceps, K.v.H.
  10. Ophicephalus micropeltes, K.v.H.

Met uitzondering van Ophicephalus planiceps, K.v.H. heb ik alle deze soorten te Batavia verzameld, en eenigen derzelve ook elders op Java en Madura waargenomen of van Sumatra ontvangen. Bovendien echter bevat mijne verzameling nog Trichopus striatus Blkr. en Betta trifasciata Blkr., zoodat het geheel mij thans bekende soorten van dezen Archipel 12 bedraagt. Van deze soorten komen, voor zoover mijne tegenwoordige kennis reikt:

Op de fauna van Java, alle 12 t. w.:

  1. Anabas scandens CV.
  2. Helostoma Temminckii K.v.H.
  3. Polyancanthus Hasselti CV.
  4. Osphromenus olfax Commers.
  5. Trichopus trichopterus CV.
  6. Trichopus striatus Blkr.
  7. Betta trifasciata Blkr.
  8. Ophicephalus marginatus, CV.
  9. Ophicephalus lucius, K.v.H.
  10. Ophicephalus striatus Bl. CV.
  11. Ophicephalus planiceps, K.v.H.
  12. Ophicephalus micropeltes, K.v.H.

Op de fauna van Madura:

  1. Anabas scandens CV.
  2. Osphromenus olfax Commers.
  3. Trichopus trichopterus CV.
  4. Ophicephalus marginatus, CV.

Op de fauna van Sumatra:

  1. Anabas scandens CV.
  2. Osphromenus olfax Commers.
  3. Trichopus trichopterus CV.
  4. Ophicephalus striatus Bl. CV.

Op de fauna van Borneo:

  1. Trichopus trichopterus CV.
  2. Trichopus striatus Blkr.
  3. Ophicephalus lucius, K.v.H.

Op de fauna van Celebes:

  1. Anabas scandens CV.
  2. Ophicephalus striatus Bl. CV.

Van de Moluksche eilanden is mij tot heden joe geene andere soort bekend geworden dan Trichopus trichopterus CV., doelt van deze species is het eiland van voorkoinen niet opgegeven. Omtrent de Osphromenoiden der kleine Soenda - eilanden verkeert inen no. in volstrekte onwetendheid.

Van de opgesomde 12 soorten komen ook buiten den Sounda-Molukschen Archipel voor:

  1. Anabas scandens CV. Malakka, Birma, Hindostan, Luzon.
  2. Osphromenus olfax Commers. China Isle de France, Amerika (overgebragt!).
  3. Ophicephalus marginatus, CV. Hindostan.
  4. Ophicephalus striatus Bl. CV. Birma, Hindostan, Luzon.
  5. Ophicephalus micropeltes, K.v.H. Siam?

ToC

Omtrent de soorten mijner verzameling heb ik weinig bijzoiiders mede te deelen. De meeste toch zijn reeds uitvoerig eldens beschreven. Het nieuwe geslacht Betta , dus genoemd naar den Javaanschen naam der species beschreef ik reeds in het vorige jaar.

Te Batavia ontdekte ik eene kleine no- onbeschrevene soort van Trichopus . Zij wordt niet grooter dan 3 tot 6 centimeters, althans is het grootte mijner meer dan 50 exemplaren niet langer dan 52 millimeters. Eene merkwaardige varieteit van deze soort ontving ik van mijnen ambtgenoot den heer J. WOLFF van Banjermassing, Ik vermoed dat deze species, welke ik Striatus genoemd heb, dezelfde species is als die, bedoeld onder den naam van Osphromenus vittatus K. v. H. in het VIIde deel p. 289 der groote «Histoire naturelle des Poissons».

De weinige species dezer familie, welke ik van Suinatra en Borneo heb leeren kennen, heb ik te danken aan de welwillendheid van mijne vrienden, de heeren P. Jakles en J. Wolff, beide officieren van gezondheid 2e klasie bij het Indische leger.

ToC

Conspectus Specierum Analyticus

[ ... ]

  1. Dentes canini in maxilla inferiore
  2. Dentes canini nulli .
  1. Dentes canini palatini .
  2. Dentes canini palatini nulli .
  1. Caput prismaticum quadrilaterum linea rostro-frontali declivi recta .
  2. Caput conicum lateraliter rotundatum, linea rostro-frontali concava .
  1. Squamae lateribus 85 p. m. in serie longitudinali .
  2. Squamae lateribus 65 p. m. in serie longitudinale .
  3. Squamae lateribus 55 ad 60 in serie longitudinale .
  4. Squamae lateribus 40 p.m. in serie longitudinale. D. 1/32 ad 1/34. A. 1/20 ad 1/22. Pinnae ventrales pectoralibus duplo breviore. Scorpus supra fuscescens, pinnis imparibus fuscescentibus vel nigricantibus rubro limbatis .
  1. D. 1/40 ad 1/43. A. 1/24 ad 1/27. Corpus supra viride infra argenteum viridi variegatum vel striatum .
  1. Corpus supra coerulescente-viride infra argenteum, nigrescente et viridi fasciatum .
  2. Corpus supra fuscescens nigro guttatum infra viridescens vittis transversis nigris. Vittae oculo-operculares 2 nigrae .

ToC

Descriptiones Specierum Diagnosticae

[ ... ]

Ophicephalus micropeltes K.v.H. CV. Poiss. VII. p. 321

Ophic. corpore elongato antico cylindrico postice compresso, altitudine 6 fere in ejus longitudine; capite prismatico quadrilatero 3 1/3 ad 3 1/2 in longitudine corporis, aecque alto ac lato; linea rostro-frontali recta, fronte et vertice planis declivibus squamis mediocribus; oculis diametro 7 ad 8 in longitudine capitis, diametris 2 distantibus; maxilla inferiore palatoque dentibus caninis pluribus armatis; ricta oris Iongitudine 2 1/3 in lorigitudine capitis post oculos desinente; squamis non ciliatis lateribus 85 p. m. in serie longitudinali; linea laterali antice oblique descendente postice ad media latera decurrente; pinnis rotundatis; colore supra pulcbre coerulescente-viridi infra argenteo, junioribus fasciis oculo-caudalibus fuscis 2 fascia superiore fasciis transversis basi pinnae dorsali unita; pinnis ventralibus roseis, ceteris viridescentibus vel olivaceo-fuscis aurantiaco marginatis, dorsali fascia longitudinali lata fusca.
C. lucia by BleekerThis is a drawing of a juvenile C. micropeltes. It is taken from the world famous ichthyological atlas of Bleeker in the 1870s: table CCCXCVIX, fig. 3.

B. 5. D, 1/43 ad 1/45. P. 18 vel 19. V. 1/5. A. 1/24 ad 1/28. C. 17 et lat. brev.
Synon Ophicéphale à petites plaques Poiss. VII. p. 321 .
Ophicephalus serpentinus Poiss. VII. p. 322? (aetas media).
Ophicephalus bivittatus Blkr. (aetas juvenilis).
Ikan Gabus Mal. Batav.
Hab. Batavia in fluviis et paludibus.
Longitudo. 380 milimetr.

ToC

Ophicephalus lucius K.v.H. CV. Poiss. VII. p. 312

Ophic. corpore elongato antice cylindrico postice compresso, altitudine 6 ad 7 in ejus longitudine; capite conico acuto lateribus rotundato, 3 1/2 circiter in longitudine corporis, paulo longiore quam alto; linea rostro-frontali concava; fronte et vertice depressis squamis magnis; oculis diametro 8 ad 9 in longitudine capitis diametris 2 distantibus; dentibus caninis inframaxillaribus et palatinis pluribus; rictu oris longitudine 3 in longitudine capitis, sub oculis desinente; squamis lateribus ciliatis et non ciliatis, 65 p. m. in serie longitudinali; linea laterali antico dorso approximata tum, flexura descendente et ad media latera decurrente; pinnis rotundatis; colore corpore supra fuscescente nigro guttato , infra griseo vel viridi vittis transversis p. m. 12 nigris; fascia operculo-caudali interrupta nigricante; vittis oculo-opercularibus 2 obliquis nigris; pinnis verticalibus viridescente-fuscis nigro maculatis, pectoralibus aurantiaco et nigro variegatis, ventralibus viridescente-aurantiacis.
C. lucia by BleekerThis is the first drawing of C. lucia in Natural History. It is taken from the world famous ichthyological atlas of Bleeker in the 1870s: table CCCXCVIII, fig. 1.

B. 5. D. 1/38 ad 1/40. P. 17. V. 1/5, A. 1/27 ad 1/29, C. 15 vel 16 et lat. brev.
Synon Ophicéphale tête de brochet ; Poiss. VII. p. 312 .
Ikan Gabus tjina Mal. Batav.
Habit. Batavia , Samarang , in fluviis et paludibus.
Banjermassing , Borneo austro-orientalis , in fluviis (J. Wolff).
Longitudo 270 milimetr.

ToC

Ophicephalus striatus Bloch. Ausl. Fish. Tab. 359

Ophiceph. corpore elongato antice cylindrico postice compresso , altitudine 8 circiter in ejus longitudine; capite prismatico quadrilatero 4 fere in longitudine corporis, latiore quam alto; vertice et fronte depressis squamis magnis; oculis diametro 7 circiter in longitudine capitis , diametro 1 1/2 distantibus; dentibus caninis inframaxillaribus (nec palatinis); rictu oris longitudine 2 1/2 in lonaitudine capitis post oculos desinente; squamis non ciliatis lateribus 55 ad 60 in serie longitudinali; linea laterali antice dorso approximata , supra anum flexura descendente, postice ad media latera decurrente; pinnis rotundatis; colore corpore supra profunde viridi infra argenteo, junioribus fasciis diffusis transversis, adultis maculis profunde viridibus variegato; pinnis imparibus junioribus maculis viridi-fuscescentibus, ventralibus viridi-roseis.
C. striata by BleekerThis is a drawing of C. striata. It is taken from the world famous ichthyological atlas of Bleeker in the 1870s: table CCCXCVIX, fig. 1.

B. 5. D. 1/40 ad 1/43. P. 15 ad 17. V. 1/5. A. 1/24 ad 1/27. C. I4 et lat. brev.
Synon. Paddekop anders Aalquabbe Nieuh. Gedenkw. Zee.- en Lantr. fig.
Synon Rayé Bloch. ibid .
Muttah Russell, Corom. Fish. II. tab. 162 .
Schlangenkopf Oken. Thierreich Atl. fig. .
Ophicephalus chena Ham. Buch. Gang. Fish. p. 62 .
Ophicephalus wrahl Ham. Buch. Gang. Fish. p. 60, tab. 31 fig. 17? .
Ophicéphale strié CV. Poiss VII p. 313. tab. 202 . Règn. anim. éd. luxe. tab. 75 fig. 2.
Ophicephalus sowarah Blkr. (aetas juvenilis).
Ophicephalus planiceps Blkr. (aetas juvenilis).
Caitchel Incol. Mahé.
Varal Incol. Tranquebar.
Sol , Sola vel Wrahl Bengalens.
Napino Incol. Rangoon.
Bakule Incol. Manilla.
Ikan Gabus betul Mal. et Javan. Batav., Samar., Purworedjo
Ikan Deluk Javan. Banjumas.
Ikan Kuto Incol. Pasuruan.
Ikan Bajong Sundan. Bant.
Habit. Batavia , Serang , Tjiringin , Banjumas , Gombong , Purworedjo , Ambarawa , Surakarta , Samarang , Surabaya , Pasuruan in fluviis (P. Jakles).
Longitudo 330 milimetr. sed specimina majora vidi.

ToC

Ophicephalus marginatus CV. Poiss. p. 308

Ophiceph. corpore elongato antice cylindrico postice compresso, altitudine 7 ad 8 in ejus longitudine; capite conico 4 1/2 circiter in longitudine corporis, latiore quam alto, supra depresso squamis magnis; oculis diametro 6 circiter in longitudine capitis, diamotris 2 distantibus; dentibus omnibus parvis, caninis nullis; rictu oris longitudine 2 1/2 in capitis longitudine sub oculis desinente; squamis non ciliatis lateribus 40 p. m. in serie longitudinali; linea laterali antice dorso approximata, supra anum flexura descendente, postice ad media latera decurrente; pinnis rotundatis, ventralibus pectoralibus duplo brevioribus; colore corpore supra fuscescente infra rufescente; pinnis imparibus fuscescentibus vel nigricantibus rubro limbatis, pectoralibus viridibus nigro transversim vittatis, ventralibus viridibus.

B. 5. D. 1/32 ad 1/34. P. 14 ad 16. V. 1/5. A. 1/20 ad 1/22. C. I4 et lat. brev.
Synon. Ophicephalus Gachua Ham. Buch. Gang. Fish. p. 68. tab. 21 .
Ophicephalus limbatus Poiss. VII. tab. 201 .
Muttah Russell, Corom. Fish. II. tab. 162 .
Kora-motta Russell. Corom. Fish. II. p.49 .
Ophicephalus cora-mota CV. Poiss. VII. p. 310 .
Ophicephalus fuscus CV. Poiss. VII. p. 311 .
Ophicephalus aurantiacus Ham. Buch. Gang. Fish. tab. 23 f.22 . CV. Poiss. VII p. 311(varietas) .
Korave Incol. Ponticer.
Ikan Gabus Mal. Batav.
Ikan Kuto Jav. Patjitan, Surabaya.
Ikan Kuto bengo Javan. Purworedjo.
Habit. Batavia , Serang , Pandeglang , Tjimanok , Tjiandjor , banjumas , Gombong , Purwerdjo , Patjitan , Samarang , Surabaya in fluviis.
Longitudo 145 milimetr.

ToC

Acknowledgement and Source(s)

This text was originally published under the above title in: Verhandelingen van het Bataviaasch genootschap van kunsten en wetenschappen ;1850, vol 23, pp. 1-15.

© 2001 - 2004 snakeheads.org HOME of this page